Onbemande vliegtuigen (UAV)

Nr. 29BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 30 april 2015

Hierbij informeer ik u over de publicatie op 30 april 2015 van regelgeving voor beroepsmatig gebruik van drones en de voornemens voor de volgende fase van deze regelgeving, waarbij de categorie mini drone in de regelgeving wordt geïntroduceerd.

Op 30 april 2015 is nieuwe regelgeving voor beroepsmatig gebruik van drones gepubliceerd, om deze op 1 juli 2015 in werking te laten treden. Deze regelgeving bestaat uit een AMvB waarin een viertal luchtvaartbesluiten wordt aangepast en een bijbehorende ministeriële regeling waarin de inhoudelijke eisen voor het verkrijgen van het benodigde brevet voor de piloot, de luchtwaardigheidseisen voor de drone en de vergunningseisen voor de operator worden vastgelegd. Tevens wordt in de ministeriële regeling vastgelegd hoe een bedrijf een erkenning kan krijgen om technische keuringen uit te voeren of om erkend te worden als opleidingsinstelling voor piloten van drones.

Regelgeving omtrent luchtvaartveiligheid is een noodzakelijke randvoorwaarde voor het creëren van een rendabele, toekomstbestendige en tegelijkertijd veilige markt voor drones. Het gaat daarbij om een afweging van kansen en bedreigingen, waarbij ook oog is voor ruimte voor het economisch potentieel en een proportionele verhouding van benodigde administratieve vereisten. Met deze eerste fase wordt het mogelijk om beroepsmatig drones te kunnen opereren middels een vergunning. Vanwege de veiligheid zijn er in deze fase diverse beperkingen aangebracht. Tegelijkertijd is er ook ruimte gecreëerd om onder voorwaarden ontheffingen te kunnen verlenen aan operators. Denk hierbij in eerste instantie aan het opereren van politie en hulpdiensten tijdens calamiteiten en zeer kleine drones onder stringente condities.

De publicatie van de regelgeving is in lijn met het kabinetsstandpunt op hoofdlijnen inzake drones, dat op 2 maart j.l. naar uw Kamer is gestuurd (Kamerstuk 30 806, nr. 28).

Tijdens de internetconsultatie over deze regelgeving in november 2014 en ook in de afgelopen maanden hebben diverse stakeholders (fabrikanten, gebruikers, LVNL, Pilotenvakbond VNV, exploitanten van trauma helikopters, Nederlandse vereniging van journalisten) alternatieven voor delen van de voorgenomen regelgeving aangereikt. Voor zover mogelijk is hiermee rekening gehouden bij de doorgevoerde wijzigingen in de regeling.

In maart 2015 heeft de Europese Commissie tijdens de High Level Drones Conferentie in Riga aangegeven wat haar plannen zijn ten aanzien van de toekomstige regelgeving voor drones. Hierop volgend heeft EASA eind maart een eerste uitwerking gepubliceerd met de intentie om dit concept in de loop van 2015 nader uit te werken met de lidstaten. Dit zal naar verwachting pas in 2017 tot Europese regels leiden. Het is altijd de intentie geweest van de nationale regelgeving om optimaal bij de Europese regels aan te sluiten, zodat de Nederlandse industrie volledige toegang tot de Europese markt heeft.

Het Analyse Bureau Luchtvaartvoorvallen (ABL), in samenwerking met de Luchtvaartpolitie hebben aangegeven dat een groot deel van de gerapporteerde incidenten door recreatieve vliegers buiten verenigingsverband worden veroorzaakt. Het ABL rondt momenteel een incidentrapportage af over de incidenten met drones in 2014.

Op basis van de nieuwe Europese inzichten, gecombineerd met de zorgen uit de sector en de analyse van de incidenten het afgelopen jaar, zullen na de thans gepubliceerde regelgeving voor drones in een tweede fase ook verdere aanpassingen aan regelgeving nodig zijn, om in lijn te blijven met de Europese en internationale in ontwikkeling zijnde regelgeving dan wel te anticiperen op zich in de praktijk voordoende ervaringen.

De sector heeft belang bij duidelijkheid over regelgeving. Deze duidelijkheid moet zo snel mogelijk geboden worden, gezien de grote snelheid waarmee deze sector groeit. Daarom wordt – vooruitlopend op de nadere uitwerking van het kabinetsstandpunt drones – reeds nu een internetconsultatie gestart over mijn beleidsvoornemen voor de volgende fase voor de regels voor drones.

Het voornemen is om in de tweede fase van de regelgeving de volgende drie categorieën van op afstand bestuurde luchtvaartuigen te introduceren:

  • •Mini drones tot 4 kg waarvoor de piloot geen brevet nodig heeft en de drone niet behoeft te worden gekeurd maar het gebruik ten behoeve van de veiligheid wordt beperkt;

  • •Lichte drones 4–150 kg waarbij een gebruiker een brevet moet hebben, de drone gekeurd moet zijn en de operatie in een goed te keuren handboek beschreven moet zijn;

  • •Modelvliegtuigen tot 150 kg die op afgebakende modelvliegterreinen mogen vliegen.

Deze categorisering past bij de huidige Europese inzichten voor drones regelgeving.

In het beleidsvoornemen voor de categorie van mini drones worden de volgende operationele condities voorgesteld. De mini drone mag tot maximaal 50 m hoogte vliegen en de maximale horizontale afstand tussen vlieger en drone is 100 m. Daarnaast mag de drone maximaal 4 kg wegen, wordt overwogen een maximale snelheid in te stellen, moet de drone aan alle andere luchtruim gebruikers voorrang geven en mag niet in gecontroleerd luchtruim bij een luchthaven of binnen 5 km van luchthavens gevlogen worden. Verder moet de mini drone minstens 50 meter horizontale afstand houden van mensenmenigten, aaneengesloten bebouwing, in gebruik zijnde autosnelwegen, autowegen of wegen, industrie- en havengebieden, vaartuigen, voertuigen, kunstwerken en spoorlijnen. Als aan deze criteria voldaan wordt heeft de piloot geen brevet nodig, het bedrijf dat de operatie uitvoert geen erkenning nodig en hoeft er geen technische keuring plaats te vinden. De hoogte en afstand beperking zijn vanuit het veiligheidsperspectief opgelegd en moeten er vooral toe leiden dat de drone piloot tijdig signaleert dat er ander luchtverkeer, bijvoorbeeld een trauma helikopter, nadert en zijn toestel aan de grond kan zetten. De criteria zoals hiervoor aangegeven hebben slechts betrekking op de luchtvaartveiligheid. Naast luchtvaartveiligheid moet de mini drone vlieger rekening houden met andere regelgeving, zoals privacy en aansprakelijkheid. Het kabinet is momenteel bezig om een handleiding voor te bereiden waarin wordt beschreven welke eisen de privacy wetgeving stelt aan het gebruik van een drone.

Met de voorgestelde aanpak worden de mogelijkheden voor beroepsmatig en recreatief gebruik geharmoniseerd. Handhaafbaarheid, incidenten en ontwikkeling van de kwaliteit van drones zullen een rol spelen bij de vraag of in de toekomst verdere aanpassing nodig is. Recreanten die met zwaardere drones willen vliegen of met hun mini drone verder weg of hoger willen vliegen zullen aan de zelfde eisen moeten voldoen als de lichte drone.

Dit beleidsvoornemen is op 30 april 2015 voor internetconsultatie aangeboden. De commentaren die ontvangen worden tijdens de consultatie waar mogelijk meegenomen in de uiteindelijke formulering van de regels. Het streven is dat de regelgeving op 1 oktober 2015 in werking treedt. Daarnaast zal deze voorgenomen aanpak ook de Nederlandse inbreng in de Europese discussie over de regelgeving voor drones zijn.

Nu de eerste fase van regelgeving gepubliceerd is, wordt begonnen met intensieve communicatie met de sector en de burger. Naast een internet discussie platform zal met de sector een overleg gerealiseerd worden, waarin ervaringen met de regelgeving worden gedeeld en globale en Europese ontwikkelingen worden besproken.

Verder wordt met partijen uit de sector een breed communicatieplan ontwikkeld om een ieder die met drones vliegt te informeren over de luchtvaartregels en de risico’s van het vliegen met drones. Uit gesprekken met diverse partijen is gebleken dat er een behoefte is aan deze informatie, omdat een behoorlijk deel van de incidenten in het afgelopen jaar aan onbekendheid met de regels te wijten is. Als eerste stap hierin is op 30 april 2015 informatie over de regels voor de recreatieve en de beroepsmatige gebruiker beschikbaar gekomen op www.rijksoverheid.nl.

Op 24 juni 2015 is door uw kamer een algemeen overleg inzake drones aangevraagd. Hierbij wil ik u het aanbod doen om voorafgaand aan dit algemeen overleg een technische briefing voor uw kamer te houden.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,W.J. Mansveld

Comment